Maine Coon

maine coonDe Maine Coon is ontstaan in Noord Amerika in de staat Maine. Deze regio staat bekend voor zijn bosrijke, bergachtige landschappen en ruig klimaat. In deze streek overheerst de koude met zijn strenge winters en bijhorend sneeuwtapijt. Het is hier dat het verhaal van de Maine Coon begint…

Een mythische herkomst
Over de oorsprong van de Maine Coon doen vele legendes de ronde. Eén van de meest bekende en tevens absurde mythes is dat de Maine Coon zou zijn ontstaan uit een kruising tussen een huiskat en een wasbeer. De staart van de Maine Coon lijkt wel op de weelderig gestreepte staart van de wasbeer, maar een kruising tussen deze twee totaal verschillende diersoorten is natuurlijk genetisch onmogelijk.

maine coon kitten

Uiterlijk Maine Coon
De Maine Coon behoort tot een van de grootste gedomesticeerde kattenrassen. Ze bezitten een halflangharige vacht met weinig ondervacht. De vacht heeft geen speciale verzorging nodig, één keer in de week de klitten er uit kammen is voldoende. De vacht is ‘waterafstotend’ door een vettig laagje, dit zorgt er voor dat de kat beschermd is tegen kou, regen en sneeuw, om die reden is het zelfs aangeraden je Maine Coon kat niet te wassen. De vachtpatronen kunnen effen, gemarmerd of gestreept zijn. De Maine Coon heeft hoge, gespierde poten en een volle lange staart. Die staart wordt in de kou gebruikt om zich warm te houden door er op te gaan liggen of rond zich te slaan als een warme sjaal. Zo worden de oren en poten warm gehouden. Daarom moet zijn staart minimaal dezelfde lengte hebben als zijn lijf. De oren zijn groot met pluisjes aan de uiteinden. De Maine Coon heeft meestal een mooie vachtkraag. Een poes weegt gemiddeld tussen de vier en zes kilo, een kater tussen de vijf en negen kilo. Dit maakt van de Maine Coon een grote zware kat in vergelijking met andere rassen.
Karakter Maine Coon
De Maine Coon is een allemansvriend: hij kan het prima vinden met andere katten en honden en hij went snel aan nieuwe huisgenootjes. De Maine Coon staat bekend om zijn grote aanpassingsvermogen. Hij is erg flexibel en is zowel binnenshuis als buitenshuis een tevreden kat. De Maine Coon heeft een uitermate vriendelijk karakter. Ze genieten van menselijke aandacht en knuffels maar zijn geen echte schootkatten. Ze vertoeven wel graag in de buurt van hun baasje. Hun humeur is over het algemeen vrije venwichtig en stabiel. De Maine Coon is een intelligent en nieuwsgierig dier. Die nieuwsgierigheid maakt zelfs water tot een gegeerd studieobject: de meeste Maine Coons zijn zelfs niet vies van een stevige regenbui. Nog een typische eigenschap van de Maine Coons is babbelen tegen hun eigenaar in hun aparte kattentaaltje. Het stemgeluid van dit kattenras is opmerkelijk zacht, zeker voor hun postuur.  De meeste Maine Coon bezitters beweren dat als je eenmaal een Maine Coon in huis hebt gehaald, je niets anders meer wilt. Ze noemen dit grappend het ‘Coon-virus’.

Een ware circusartiest!
Maine Coons staan bekend als de circusartiesten der katten. Ze halen vaak gekke streken uit en vermaken zich uren met de kleinste prullen, zoals een kever of propje papier. Maine Coon katten blijven ook speels tot op hoge leeftijd. Om te slapen nemen ze vaak de vreemdste houdingen aan: zo slaapt de Maine Coon graag plat op zijn rug, een aparte houding voor een kat. Een aantal Maine Coons hebben de gekke gewoonte om hun etensbakje leeg te scheppen met hun voorpootjes, een aandoenlijk zicht.

Vachtverzorging
Bovenvacht (3 tot 6 cm) is stug maar flexibel. De kortere zachte ondervacht is ruim aanwezig. Het is per kat afhankelijk is hoe de vacht is en hoe deze de vacht verzorgt of je er zelf dan nog veel aan moet doen. 1 keer per week kammen is vaak voldoende. Sommigen zullen vrijwel nooit gekamd hoeven worden, terwijl anderen zo snel last van klitten hebben dat ze meerder malen per week gekamd moeten worden. Wassen helpt bij de snel klittende vachten!
De halflangharige katten gaan meestal de rui in, net als alle andere katten, met de wisseling van de seizoenen. In de herfst zijn ze aan het ruien voor een wintervacht en rond het voorjaar ruien ze nog een keer voor een zomervacht. Maar gedurende het hele jaar verliezen ze wel haren, maar tijdens de rui is het echt stukken meer en zul je ook wat vaker moeten kammen.

Verzorging: Afhankelijk van vachttype wekelijks met een middelfijne kam behandelen. Regelmatig wassen is aan te raden.

Comments are closed.